Dennis kloeth heeft deze brief ook al gepubliceerd in zijn boek "Terug naar Manok "
Manokwari 8 Juni 1954

Je bent natuurlijk erg nieuwsgierig wanneer ik ben teruggekomen van ons tournee en wat ik
allemaal beleefd heb, hier volgt mijn verslag:
Op tweede Pinksterdag zijn we gezond en wel in Manokwari teruggekomen en we zijn dus 14
dagen weggeweest. Van kennissen kreeg ik je brieven en die heb ik natuurlijk eerst op m'n
gemak gelezen.
Ons tournee is geweldig geslaagd en ik heb ontzettend veel gezien en geleerd.
Namen van de dorpjes, zeggen je natuurlijk niets, want de meeste kampongs zijn niet groter dan
ongeveer 20 gezinnen. 't Weer was gedurende de hele tocht schitterend mooi en we hebben
onderweg en in de meeste kampongs vreselijk lekker gegeten! We zijn niets tekort gekomen!
We vertrokken met 5 Europeanen en 17 koelies, 's nachts om halfvier met de boot uit M'wari en
we waren 's middags om ongeveer 4 uur in de eerste kampong Jomakaan (zie tekening).
De bevolking loopt dan uit hun huisjes die half in het water staan op palen. Meestal is er in een
kampong een zg. posthuis voor bezoekers, je moet je daar niet teveel van voorstellen, het is een
ruimte om te overnachten, een dak van bladeren (atap) en de vloer is meestal belegd met platen
boomschors. Zodra er voet aan wal wordt gezet, komt de kepalla kampong ('t hoofd)
tevoorschijn om handen te drukken, als teken van een vriendelijke ontvangst. De kepalla is
gekleed (uitgedost) in een uniformjasje van het B.B.(binnenlands bestuur) met rood wit blauwe
epauletten. Ze voelen zich op zulke momenten erg voornaam, niet alleen tegenover ons, maar
ook voor de eigen bevolking!
In het posthuis worden de veldbedden neergezet door de koelies en als wij de kampong
bezichtigen en wat praten met de kepalla, zijn een paar koelies al bezig de barang aan land te
brengen en anderen treffen voorbereidingen voor het koken van de maaltijd.
Wij praten wat en vragen naar het wel en wee in de kampong en o.a. ook naar de gezondheid
van de varkens en kippen. Met Zieck, die goed overweg kan met de bevolking en precies weet
hoe je ze het beste kan benaderen, zat ik op m'n hurken bij een vuurtje, je deelt dan wat tabak
uit en je proeft wat van hun in het vuur gepofte kasbie (cassave, een soort melige knol).
Al gauw komen de tongen dan los en komen er wat mooie schelpen tevoorschijn, die of geruild
of gekocht kunnen worden. Zo heb ik op deze reis een houten, mooi besneden pijpje en enkele
grote schelpen meegebracht.(voor onze uitzet). We vertrokken uit Jomakaan de volgende
morgen vroeg om 5 uur, de zee is dan meestal erg rustig en bovendien hoeft dan niet te snel
worden gevaren om nog met licht in de volgende kampong te zijn.
Ons volgende doel was een eiland genaamd Angré Mios. Dit eiland kent geen vaste bewoners,
Zieck moest hier enkele bomen zoeken, die op ongeveer 400 mtr hoogte moesten voorkomen.
We zijn om ongeveer 5 uur 's middags op dit eiland aangekomen en dus waren we een hele dag
op zee. 't Was heel interessant en ook grappig te zien, hoe de koelies onderweg op zo'n bootje
vissen vangen en ook bereiden. Eerst binden ze een stukje verbandgaas aan een haak en de haak
wordt dan bevestigd aan een lange lijn van zo'n 40 mtr die achter de boot wordt gesleept. De
grote roofvissen, o.a .tonijnen, happen naar het stukje verbandgaas en dan begint de hele groep
papoea's te brullen van: "langzaam, langzaam", de motorist mindert snelheid en de lijn, soms
enkelen tegelijk, wordt binnengehaald. De papoea's roosteren de verse vis boven een
houtvuurtje aan boord en iedereen krijg dan een stuk gare vis met een lekkere rooksmaak , vaak
nog warm, in z'n handen.
De volgende dag zijn we de hele dag het bos in geweest en we moesten zo nu en dan ook
behoorlijk klauteren. Dit eiland was nog nooit goed onderzocht..
Toevallig waren er enkele papoea's om te vissen (de vis wordt gezouten en gedroogd), zodat we
bij hun in "huis" (hut) konden slapen. Ik heb, o.a.hier, erg veel plezier van m'n luchtmatras, 't is
makkelijk en je pit heerlijk. Je hebt geen idee hoe fijn het is om na een vermoeiende dag en na
een bord rijst met sambal en gezouten (of verse) vis, op je matras te kruipen en dan in de
stilte van de tropennacht, aan jou te denken en te dromen dat je bij me bent. Aan zo'n

"huis" is alles open, behalve het dak en in de stilte hoor je wel de geluiden van de
nachtdieren, insecten en vogels. Als we ooit samen hier in de stilte nog eens zouden
kunnen genieten van zo'n tropennacht, dan zou mijn liefste wens zijn vervuld!
Na hartelijk afscheid van de papoea's van Angré Mios, gingen we naar Nappen, een
klein plaatsje op de vaste wal. Hier moest ik o.a. de kippenstapel opnemen en we
gingen hier ook wat jonge klappers inslaan om aan boord je dorst te kunnen lessen met
klappermelk. Van Nappen ging de reis verder naar Joure, óók een plaatsje aan de wal.
Vlakbij liggen hier de eilandjes Alkmaar, Hoorn en Enkhuizen, grappig hè?
In Joure werd wat plantmateriaal verzameld, afkomstig uit vooroorlogse tuinen. We
hebben ook hier in het posthuis geslapen en de koelies onze vuile kleren laten wassen,
ook heb ik hier het eerste van de drie meegenomen fokvarkens "geplaatst". Dat gaat
als volgt: je vraagt aan de kepalla, "zeg kepalla, zijn er nog varkens inje kampong"? Ja
toewan, een paar wilde varkens die we hebben gevangen in de oetan. Kijk kepalla, hier
is een babi belanda (een wit europees varken), jouw mensen mogen hun varkens laten
dekken door dit "superbeest", maar jij blijft verantwoordelijk voor het welzijn van dit
varken, want het is en blijft eigendom van het Goevernement! en hiervoor moet je
tekenen. Je schrijft dan een ontvangstbewijs uit, je smeert wat inkt op de duim van die
vent en drukt deze dan, bij wijze van handtekening, op het ontvangstbewijs. De
papoea's zijn met deze "babi poetih" (wit varken), nog meer in hun schik, dan met hun
vrouwen en kinderen. De kepalla brult de hele kampong bij elkaar, iedereen moet
kijken naar de meegebrachte varkens en iedereen slaakt kreten van verrukking. Vooral
de ouderen zijn grappig om te zien, ze zijn die nieuwe tijd nog niet gewend en daarom
nog een beetje schuw, maar wel héél erg nieuwgierig! Afijn, zulke momenten zijn
natuurlijk om nooit meer te vergeten en zullen m'n hele leven "bij blijven".
Van Joure ging de reis naar Jende, een zeer oude en inmiddels allang verlaten,
zendings nederzetting uit de vorige eeuw. Hier heb ik een hele mooie schelp geruild
voor 5 cigaretten. De bevolking is hier meer geciviliseerd en ze hebben ter ere van ons,
een fluitconcert ten beste gegeven op hun zelfgemaakte bamboefluiten. Ook hebben we
een kerkdienst van de goeroe (zendings onderwijzer) bijgewoond.
Van Jende ging de reis verder naar Wasior en Miei. Dit laatste plaatsje ligt ongeveer
twintig minuten lopen van Wasior; hier is een bestuurspost gevestigd en er wonen
ongeveer 10 europeanen. In dit gebied hebben we ook weer hoofdzakelijk jonge
plantjes verzameld voor de proeftuin in M'wari en tevens werden hier mijn laatste
varkens geplaatst. Na Wasior-Miei, gingen we door naar Windesi, deze kampong was
het alleraardigste plaatsje dat ik heb meegemaakt op dit tournee. Door motorpech van
de boot (accu's leeg), waren we gedwongen om hier 4 dagen in plaats van 1 dag, te
blijven liggen. Eén keer per maand komt hier een bevoorradingsboot voor de Chinese
toko en we hadden het grote geluk dat deze boot al na 4 dagen langs kwam en kon
helpen met het starten van onze motor. Je moet je eens voorstellen dat die boot daar
net voor ons geweest zou zijn!
We hebben deze dagen gekampeerd in een pas gebouwde school. Omdat onze
leeftocht zeer beperkt was (we hadden alleen nog voldoende rijst, klapperolie en zout),
werd er onder leiding van Zieck, op zeer verschillende manieren gejaagd, één van ons
schoot een jong varken en een ander kwam met een casuaris aanzetten. De kepalla had
met een van ons geleend geweer, een heel groot hert geschoten. Ikzelfhad een stuk of
6 duiven (koem-koem) geschoten en een paar mooie vissen gevangen. Je begrijpt wel
dat we fantastisch lekker hebben gegeten! Geroosterde hertenbiefstuk en
duivenborsten! En natuurlijk was het voor de bevolking óók feest en deelden ze volop
mee in de buit. Omdat vers voedsel in de tropen heel snel bederft, werden de malse
stukken vlees in reepjes gesneden en flink gezouten en gedroogd in de zon, op deze
wijze kun je dit gedroogde vlees (deng-deng) lang bewaren en meenemen op tournees.
Ook hier hebben we een zeer oude nederzetting van de zending gevonden en de hierbij
behorende oude tuinen bekeken; een 100 tal heel jonge zaailingen van een grote
nootmuskaat boom (tjenkè) werden hier verzameld en door de papoea's in kleine potjes
geplant, de potjes werden gemaakt van bijééngebonden stukken bast van pisangbomen.
De hele zaak werd aan dek van onze boot gezet en nat gehouden.
Bij de ruine van het oude zendingshuis vonden we twee graven met inscripties uit1894.
Dat waren nog eens mensen vroeger, die naar het einde van de aarde reisden en
durfden te leven tussen een nog wild en mensenetend volkje. Uit historische gegevens
in het bezit van Zieck, blijkt dat in 1834 de eerste zendelingen landden op het eiland
Mansinam bij M'wari en van hieruit meerdere posten werden bemand. Wegens ziekte
en sterfte, vooral veroorzaakt door malaria, zijn de meeste posten in de loop der jaren
weer verlaten. Vanuit Windesie hebben we helaas geen doorsteek kunnen maken door
het smalste deel van de Vogelkop, dit vanwege het tijdverlies door motorpech.
Hè, hè, wat een tocht hè? Je was altijd in gedachten mee en vooral zo 's avonds in m'n
tampatje, was je in m'n dromen bij me!
Lieverd, ik gun me geen tijd meer voor een briefnaar huis, gajij nog even langs de
Westerweg? Groeten aanje moeder en heel veel liefs
Naar Manokwari startpagina